De gouden en negeereeuwen
Ik woon al vier jaar
hier,
toch heb ik mijn wonden nog niet blootgesteld.
Ik draag
ondoorzichtige kleren
In de vochtige lucht hangen ogen die grootheid
uitstralen.
Ze kijken naar dikke encyclopedieën, geschilderd met
schepen
volgeladen met gouden en negeereeuwen.
Gisteren viel de
naam TREFFOSSA
en mijn doven wonden herwonnen hun stem, riepen:
de
spiegel, die spiegel zoekt verboden littekens!
Mijn kleren vlogen van
mijn lichaam.
Mijn verlegen wonden keken dapper in een waterige spiegel,
bevestigd met marmeren spijkers op een Surinaamse heuvel.
Ik stond bijna
naakt, droeg alleen mijn vrolijke slip:
mijn penis is mijn enige niet
gekoloniseerde lichaamsdeel,
die is door een blonde pompoen in bescherming
genomen.
Treffosa! Ik woon al vier jaar hier,
vanavond durf ik mijn
Albanese wonden te tonen:
mijn geroofd been, mijn geleende nier, mijn
kapotte spieren,
die paraderen in je spiegel met verdrietige ogen,
gespoeld door rivieren van weemoed en eenzaamheid.
Treffossa, kijk naar
de verte, richting Adriatische kust!
Daar zwaait een kleine blauwe hand
naar je groene Surinaamse hart.
Rezart Palluqi