De lente-eend met de duizend geelwitte ringen

In de lente snellen
mijn hartsvingers de grachtborst in.
Mijn hart poogt de pen te pakken.
Het wil schrijven, maar zonder vingers...
Op de brug smeekt het
mijn vingers terug te keren.

Tussen de leliebladeren als olifantenoren,
tussen de gele en witte leliebloemen,
ziet het mijn rode vingers.
Ze steken uit het water
als vulkanische potloden.

De verliefde eend,
snatertrots op haar waterringenwinkel,
plaatst zongele en meelwitte
lelieringen om mijn vingers.

In de lente bloeien
mijn hartstengels in de grachtpot.
Mijn jaloerse hart verklaart zich in de winter,
dan keren de vingers weer.


Rezart Palluqi