Bomenkapster, kom vaker...
Wanneer ik geen zin of fantasie heb,
mijn slaapkamerrommel op te ruimen,
loop ik richting het raam en kijk ik naar de grasmaaier.
Daar, langs de lanen en weilanden
maait hij genadeloos het groene aardsbaard.
Die mag van hem geen slordige groene baard hebben.
Even later verschijnt de bomenkapster.
Terwijl zij liefdevol haar uitgestrekte takken snoeit,
ren ik dolgedraaid naar de spiegel en
knip ik mijn lange vieze nagels en mijn neusharen.
Ik scheer mijn grove wangen en pluk
uit enthousiasme alle mijn gegrijsde haren.
Nu dat zij trots, voor de opgeknapte boom poseert,
en mijn gezicht en slaapkamer glimmen,
ren ik naar mijn balkoon, en roep:
“Hollandse Bomenkapster, kom vaker”…
Rezart Palluqi