De dood van mijn moeder
Tegenwind, een wedstrijd.
Alsof ik al eeuwenlang hierop zit te wachten,
Tot de tijd rijp is, ongeduldig.
Ik heb een afspraak met het gezicht van mijn moeder.
Ik ga snel terug op de rug van de kameel,
zoals de Mongoliërs te paard lange afstanden afleggen.
Daar, in het oude huis, vond ik haar niet.
Achter het huis was een stenen broodoven.
Ik dacht: “Misschien vind ik mijn moeder daar”.
Zij was er niet.
Ik riep, verward, naar de buren die op het dak stonden,
totdat alle buren verzameld waren.
Iedereen zei: “Zij ligt begraven in het Oosten.
Zij zit daar, samen met haar buren, stenen te tellen”.
Nee! Ik geloof nooit dat mijn moeder dood kan zijn.
Ik heb nog geen afscheid van haar genomen.
Ik loop in de richting van het Westen
langs de boerderijen
en was mijn gezicht bij de bron.
Ik ga doelloos met de wolken mee.
Ik weet waar zij te vinden is,
daar waar de wolken worden verzameld.
In het grote boek van de zee zat zij te lezen.
De bladeren omgeslagen door de golven.
Daar was een kleine sloep met twee roeispanen,
schrijvend met elk blad.
Ik vroeg haar naar mijn moeder.
En de sloep antwoordde:
“Alle moeders zitten in de zee.
Zij tellen de schelpen.
Iedere moeder zit onsterfelijk hier.
Zij houden de zeemeeuwen in de gaten
en iedere meeuw weerspiegeld het gezicht van een moeder”.
Ik lig op mijn rug, ik volg het gezicht van mijn moeder.
Toen ik naar haar keek begonnen alle gezichten te zingen,
en ik viel in een diepe rust,
als een baby in de wieg.
Wij gingen in de droom terug naar ons oude huis.
Ik sliep duizend jaar,
maar opeens schrok ik wakker.
“Wat is dat voor een ding dat de bladeren van de zee verscheurd?”
Ik zag iets van enorme omvang en zwart van kleur.
Het blies rook uit en het droeg de dood in zich van alle moeders.
Het ontlaadde zich in de borst van de moeders.
Ieder blad werd zwart
en de sloep verbrandde, samen met de roeispanen.
Toen stierf mijn moeder, samen met alle andere moeders.
Mathanius Aldaoud
13 februari 2007
Cadeau voor alle moeders.