Vreemdeling
De wind uit het westen botst tegen bomen.
En zwarte wolken naderen elkaar, stuk voor stuk,
Donder slaat en bladeren rollen over de grond.
Alsof zij vluchten voor oorlog, takken breken als mensen.
Maar nog steed zie ik jouw ogen
Door de wind en de vliegende bladeren.
Kom en hou me vast,sterf niet alleen.
We rennen door de straten tot dat de storm voorbij is.
We raken elkaar aan en ik zeg tegen haar
"Begrijp jij de taal van de voorbijgangers?"
Nee knikt ze
Dus zijn we vreemdelingen
Zij en ik
Mathanius Aldaoud