Naar het Zuiden
Het was mij wel verteld, maar
zonder vergelijk
of voorbeeld kwam
het toch nog onverwacht.
Ik stapte
in de bus der vrouwen, overbrugde
de eerste stroom met vaste regelmaat.
Ergens in het droge tussenland nestelde zich
een ander in mij, moest er maanden later
met geweld en pijn weer uit.
Een tweede, bredere rivier ontsloot een vlakte,
alle seizoenen succesvol, een tweede passagier.
De bus reed voort, voller. Toen sloot ik de grens.
Nog jarenlang werd het stuk land geploegd,
bezaaid, bemest en netjes toegedekt,
wachtend op een gast die nooit zou komen.
Na de derde grote rivier werd alles anders.
De bus werd leger maar de warmte bleef.
Annemieke van
Rooijen