DIASPORA
Vroeger toen mijn vader nog sterk was
en zich uren terugtrok in de schuur
vol uitpuilende schappen, om hem heen
de geur van ijzer, olie en hout
riepen wij hem voor het eten, stille figuur
achter zijn ogen onuitgesproken gedachten,
de onbegrijpelijke wereld van een man
met een hart, te groot voor zijn tong.
Nu werkbank en bankschroef worden
ontmanteld verlaat de hele troep
het zinkende schip, potjes losse schroeven
moeren, sleutels, fietsonderdelen,
de inhoud van kasten en laden
alles wat zonde was om weg te gooien
zoons en schoonzoons duiken als logge
meeuwen op wat van hun gading is.
Daar staat hij, leunend op zijn stok
de jongen,die kon leren maar niet mocht,
elektricien bij de gemeente
(ambtenaar, zei moeder) oud geworden
kapitein en kijkt met droge ogen toe
hoe zijn lading als een troep verschrikte kinderen
wordt verspreid en afgevoerd, het deel
van de wereld dat alleen van hem was
voorgoed wordt geruimd.
Annemieke van Rooijen