KERSTMIS VÓÓR DE KERSTENING

zij vinden ons kleumend bij een vuur
het Joelfeest nadert
want onze sterrenpoorten
kondigen midwinter aan
zij, de verkondigers van
de nieuwe religie bouwen
hun tempel met de toren
en de spits die wijst naar hun god
mannen zijn het en ze komen graag
voor een beker geitenmelk
of iets van het wilde zwijn
dat in onze kuilen liep
ze praten over een kind
dat geboren werd ver weg
wij wijzen hen op onze boom
met lichtjes
is de natuur niet aller god?
wij zijn buren
in deze tijd scharen we ons
om de vuren
de ketel, ons symbool, erboven
er is mede en bier
de granenpap legt
een laag in onze maag
de kop van ons stamdier wijst
naar het noorden, -winter-
de wijze oudsten,
de vroede vrouwen stellen ons gerust:
ook dit jaar verlaat de zon ons niet
voorgoed
we vieren zijn wederkomst
een nieuwe geboorte
en het leven
net zoals de vreemden.


Bij de kerstening van Europa was er veelal nog tolerantie en verdraagzaamheid tussen de eerste Christenen en de aanhangers van de heersende (natuur)religie. Ze vierden elkaars feesten en namen veel gebruiken van elkaar over.


Annemieke van Rooijen